Ziek, 5de reeks aflevering 63

maart 30, 2008

Sommige mensen zijn meer ziek dan anderen. Terwijl de ene werknemer soms jaren geen dag afwezig is, hebben anderen het om de haverklap zitten. Bij kinderen is dat net zo. Het ergste is dat ‘toevallig’ ook die groep buitengewoon traag herstelt. Een kleine bacterie in de lucht en bom past. Vreselijk.

Zelf kan ik gelukkig redelijk veel aan, en op dat vlak lijkt Manou op mij. Vrijdag bleek ze een oorontsteking te hebben. Zaterdag was daar niet zo veel meer van te merken en zondag leek het een ver verleden. Ook mijn keelontsteking is zo goed al verdwenen.

Bob en Nina hebben het vaak een stuk lastiger. Zaterdagnacht werd Nina ziek. Buikgriep besloot ik, en ik zelfs zonder dokter wist ik ‘dat het opnieuw de ronde doet’. Dat zeggen ze toch altijd, en terecht want anders hadden we het waarschijnlijk niet opgelopen. De voorbije twee dagen heb ik niet veel anders gedaan dan kots en diaree opgekuist.

Dat koesteren en verplegen gaat mij goed af. Ik geniet van de intimiteit van zo een moment, zolang het niet te lang duurt. Maar na twaalf pyjama’s, vijf lakens, drie dozen doekjes ben ik het een beetje moe. Niets blijft er binnen, en ik kan dus ook moeilijk begrijpen hoe het kind blijft diaree aanmaken. Na beschuit en yoghurt, heb ik Nina vandaag op een colaregime gezet en dat lijkt een beetje te helpen. Het is een beetje eenzijdig maar ze vind het geweldig en een mens kan lang overleven op die troep. Leve the Cola Cola company, denk ik dan.

Buikgriep moet je uitzweten, weet ik ondertussen. Reken op vijf dagen. Nina zal er waarschijnlijk dubbel zo lang over doen. Nog zeven dagen te gaan dus. Gek hoe snel ouderschap je omtovert in een volleerde verpleegster.


Van show naar realiteit

maart 28, 2008

Sinds maandag ben ik ziek, en dat hebben de kinderen natuurlijk gemerkt. ‘Mama kan niet spelen. Mama kan iet pakken. Mama kan niet springen. Mama ligt in de zetel. Mama kijkt naar de televisie. Mama is ziek.’ Manou was jaloers, zoals vaak: ik ben ook ziek. Ikke pijn. Ik ook teevee kijken.’

Ondertussen ben ik bijna genezen maar mijn showmuis heeft nog steeds pijn. Dinsdag en woensdag was de oorsprong van de pijn nog onduidelijk: het ging van de buik naar het hoofd naar de knie naar de oren. Maar gisteren bleef ze klagen over haar oortjes, en deze nacht heeft ze me tot drie keer toe wakker gekrijst omwille van die oortjes.

Show, dacht Bob en eerst was ik het helemaal met hem eens. Tot deze nacht. Manou slaapt al jaren door, en ik kon me niet voorstelen dat de jaloezie haar ’s nachts zou wakker houden. Misschien had ze echt pijn. Misschien had ze het van me overgenomen. Oren ligt inwendig niet eens zo ver van de neus en keel.

Dus belde ik deze ochtend naar de dokter. De lieve man keek even in beide oren en bevestigde mijn vermoeden: een oorontsteking. En zo evolueerde show naar realiteit.


Leef en spring

februari 10, 2008

trampoline.jpg

Trampolines veroveren de tuinen van gezinnen met kinderen. De media spreken van een hype maar dan is het er toch een die blijft duren. En dat is terecht want trampolines zijn betaalbaar, leuk, sociaal én gezond.

Orthopedisten waarschuwen voor de gevaren van trampolines. Zij ondergaan natuurlijk dagelijks de negatieve gevolgen van de hype. Iedere breuk, verstuiking of ontwrichting is er een te veel. preventie is belangrijk.

En toch vind ik dat de positieve gevolgen van al dat springen ondergewaardeerd. De spelletjes uit mijn jeugd waren niet zo veel veiliger: boomklimmen, bedspringen, skateboarden, kampen bouwen, enz. Al dat springen lijkt mij, voor wie de veiligheidsmaatregelen in acht neemt, erg gezond.

Manou en Nina vinden het alvast geweldig, ook al zie je goed het verschil tussen zij en hun neefjes die veel regelmatiger springen. Springen is goed voor de motoriek en tegen angst. Een ‘neutje’ kweken, is alles wat ik probeer te vermijden. Iedereen heeft zijn aard, maar ik ben er van overtuigd dat je zoiets als ouder kan stimuleren (of afremmen).

Leven is een risico. Zonder ben je op voorhand al gewond.


Slechte communicatie

februari 3, 2008

huilbaby.jpg

Nina heeft soms iets van een huilbaby. Naar mijn gevoel weent ze een stuk meer dan Manou destijds. Dat komt natuurlijk grotendeels door haar gezondheidstoestand. Het probleem met problemen is dat ze nooit alleen komen. Annouk weet over wat ik het heb: dan heb je een beetje ‘pech’ dat ze zo veel kleiner en zwakker zijn, komt er vaak nog bij dat ze meer (lees veel meer) ziek worden en dus meer (lees veel meer) zorg vragen dan andere kinderen. Geluk is niet evenredig verdeeld.

En dus huilt ze. Het grote probleem met kleine kinderen is dat ze zichzelf niet verstaanbaar kunnen maken. Vandaag was daar een mooi voorbeeld van. Bob en ik planden een wandeling naar de vrijdagsmarkt waar iedere zondag een minidieren-vogelmarkt gehouden wordt. Het was koud buiten maar de meisjes zaten goed ingepakt in hun dubbele buggy.

Halfweg begon Nina hard te huilen. Wat nu? Niet waarschijnlijk. Ze verveelt zich. Ze wilt gepakt worden. Ze heeft honger. Ze is jaloers. Pff, het is ook altijd iets. Kuren noem ik dat, zei Bob. Het klinkt hard maar het hadden evengoed mijn woorden kunnen zijn. Een huilende baby vreet aan je.

Maar na veel over en weer gepak en geknuffel en getroost, werden we beide een beetje moedeloos en boos. Dikke tranen rolden over haar wangetjes. Het duurde nog minstens een kwartier voor ik haar koude handjes onder haar handschoentjes voelde. Het kind had koud, punt. Ik trok mijn jas uit en wikkelde die rond Nina en eindelijk dimde het gekrijs.

Ze was toch goed gekleed? Hoe konden we dit niet eerder gezien hebben? Eigenlijk hebben dergelijke vragen weinig zin. Zo lang kinderen niet kunnen praten, weet je als ouder nooit goed wat er in hen omgaat.


Mama’s worden niet ziek

januari 15, 2008

Gisteren voelde ik me plots erg grieperig. Mijn neus zat potdicht, mijn spieren voelde stram aan en ik voelde me doodmoe. Buiten was het koud en ik wou niet liever dan me gezellig in de zettel te nestelen. Een warm bad zou me ook goed doen en fastfood eten voor een Amerikaanse soap alla Friends of Sex in the City. Heerlijk.

‘Mamaaaa?’ Manou en Nina houden wedstrijdje krijsen, gillen, janken, huilen. Ik zie mijn twee prinsesjes in een mum van tijd veranderen in twee monstertjes. Ik kijk rond en het lijkt of er een orkaan door onze woonkamer raasde. ‘Mamaaa? Honger!!!’ Luilekkerland zat er voor mama niet in.

Voor gemotiveerde werknemers ligt de lat stukken hoger als voor studenten. Ouders kunnen gewoon niet ziek worden. Na een moeizame maaltijd en een lastig bedritueel met veel geschreeuw van alle partijen lagen alle meisjes (deze inclusief) om precies half acht in hun bed. En deze ochtend ging het met iedereen beter.


Malaria

januari 9, 2008

In februari trekken Bob en ik voor drie weken naar Zuid-Afrika. De eerste week gaan we op eigen houtje rondtrekken in het noorden. Dan nemen we een interne vlucht naar Kaapstad, in het Zuiden. De vluchten en een auto heb ik ondertussen geboekt. Aan de rest ben ik deze dagen hard aan het werken. Met twee kleine kinderen moet (of eerder wil) ik zo een avontuur toch een beetje voorbereiden. Het zal al spannend genoeg worden.

Een van de eerste problemen waar ik op botste is malaria. Voor Bob en ik maakte ik me geen zorgen. Er bestaan pilletjes bij de vleet. Bovendien is, voor Europeanen, al lang niet meer dodelijk. Maar hoe zit dat voor kleuters? Op verschillende forums postte ik berichten, waar de standpunten erg ver uit elkaar lagen. De ene raadde me aan mijn meisjes gewoon thuis te laten, alsof er in malariagebied geen kinderen wonen. Andere stelden me gerust en vonden zelfs dat ik er met een muskietennet en muggenmelk wel zou geraken. Hoe meer meningen, hoe onzekerder ik me voelde.

De meeste reissites raden een bezoek aan de huisarts aan. Ik betwijfel dat de man veel buitenlandse ervaring heeft, maar hij zou het toch moeten kunnen opzoeken. Voor ons en Manou bleek er weinig probleem. De man schrijft graag en met een pilletje zouden we ons toch zekerder voelen. Maar voor Nina twijfelde hij: Lariam zou zware psychische bijwerkingen kunnen hebben. ‘Niet dat dat bij zo een klein kind een verschil maakt’, grapte hij. De twijfel bleef, ook bij hem. Het alternatief zou stukken minder zeker zijn.

‘Ik schrijf u beide voor. Misschien moet u zich verder informeren en dan de knoop doorhakken. Dat was toch net de reden dat ik bij hem kwam?


Mijn mama

december 16, 2007

mama.jpg

Vrijdag was het precies 5 jaar geleden dat mijn mama overleed. Ik herinner me de dag nog heel goed. Al dagen lagen we te waken, bij haar ziekenhuis bed in onze woonkamer. Ze wou graag thuis sterven, en dat is dus ook gelukt. De palliatieve thuisverpleegsters hebben ons goed geholpen, al ben ik na al die jaren nog steeds boos (heel boos) op de dokters die haar euthanasie beloofden maar daar uiteindelijk het lef niet voor hadden. Het is een kwestie van dagen, susten ze me. Maar voor wie pijn heeft, is iedere dag er een te veel. 

 

Op dergelijke dagen mis ik mijn mama natuurlijk net iets meer dan anders. Dat hoort zo. Maar als ik heel eerlijk ben, maakt het voor mij eigenlijk niet zo heel veel verschil. Het pijnlijk gemis is ondertussen iets dragelijker geworden. Maar de gedachten aan haar zijn er nog steeds, iedere uur iedere dag, iedere week, ieder jaar. 

 

Het liefst zou ik zo veel mogelijk over haar vertellen, over de dingen die ze mee leerde, die ze me vertelde, die we samen meemaakten en deden. Maar veel buitenstaanders kunnen daar moeilijk mee om. Ze worden stil of triest, of gewoon verlegen om een antwoord. 

 

Zo kwam ik zaterdag toevallig een oude vriendin van mijn mama tegen, in de speeltuin. Ik lachte naar haar en sprak haar aan. Misschien had ze me niet herkend? Neen, ze had me wel herkend, en toch slot ze ons gesprek na een zin af. Hallo, goedendag, weg. Raar voor hoeveel mensen haar overlijden een echt eind betekent, ook ten opzichte van mij.

 

Iedereen gaat nu eenmaal anders om met zo een verlies, troost ik mezelf. Ik zal haar alvast nooit vergeten. Nooit.


Nina’s ogen

december 10, 2007

ninazw.jpg

Als ze schuin kijkt, durft haar pupil zich soms angstwekkend ver wegtrekken zodat er bijna uitsluitend wit overblijft. Veel borelingen hebben last van rare blikken. Af en toe volgt een oogje niet en dan kijken ze waanzinnig scheel. Als ouder is het even slikken maar iedereen weet dat het perfect normaal is en dat stelt je gerust.

 

Bij Nina bleef het mij net iets te lang duren. Ze is ondertussen toch al meer dan een jaar, en ook al is het relatief uitzonderlijk toch wou ik zeker zijn dat ze niets mankeert. Is ieder mama zo bang als ik dat er iets zou schelen aan haar kind? 

 

Ik legde de vraag voor aan mijn kinderarts, en die stuurde me onmiddellijk door naar de oogarts. En dus stuurde ik (op mijn beurt) Bob er vandaag heen. Sinds de afspraak maakte doet Nina (of beter gezegd haar oog) het natuurlijk niet meer. Dat is zo typisch. Als kind voelde ik me steevast beter worden vanaf het moment dat mijn mama de huisarts had opgebeld.

 

De tests hebben niets gevonden. Haar ogen zouden perfect normaal zijn. Misschien heeft het zo lang geduurd omdat ze een beetje achter is op haar leeftijd. Misschien, dat is net een woord at ik niet graag hoor uit de mond van een dokter. Echt gerustgesteld ben ik dus niet, maar voorlopig toch een beetje minder ongerust.


Ziek

november 16, 2007

Kinderen worden ziek. Dat hoort erbij. Ik vind dat niet erg, integendeel. Je eigen zieke kind in je armen houden en troosten, het geeft een speciaal gevoel. Op dat moment voel ik me zo intiem verbonden met hen. Ik zou het voor geen geld willen missen. Maar dat betekent natuurlijk niet dat het tegelijkertijd niet lastig is.Nina kwam terug van de onthaalmoeder met koorts, iets dat ze gewoonlijk niet snel maakt. Ik dacht meteen aan de windpokken maar vond geen enkel blaasje. Met een suppo en een extra namiddagdutje komt het wel goed. Maar de koorts bleef. Nina was slap en wou niets eten. Dus besloot ik haar op ons kamer te laten slapen, in een reisbedje, voor het geval dat.

Snurken dat het kind kan, onvoorstelbaar. Gelukkig heeft zij relatief goed geslapen, in tegenstelling tot mezelf. Maar de koorts was deze ochtend niet dus besloot ik naar de huisarts te gaan. Normaal zou ik wachten tot morgen maar met het weekend voor de deur wou ik geen risico’s nemen. Na anderhalf uur schudden en sussen in de wachtzaal, bleek dat Nina een keelontsteking heeft. Met antibiotica zouden we dat snel onder controle moeten krijgen. Ik hoop het want morgen vertrekken we naar zee.


Eerste keer

oktober 23, 2007

potje.jpg

Het is gelukt. Manou heeft zopas voor de allereerste keer ‘haar behoeften’ gedaan op het potje. Noch Bob noch ik hadden het echt verwacht. Enkele maanden geleden waren we gemotiveerder maar met haar stoelgangprobleem had ik er geen goede hoop in.

 

Door haar lactose intolerantie (of een andere voorlopige onbekende allergie) kampt Manou als sinds haar geboorte met zware constipatie. Zonder veel glycerinesuppo’s of movicol komt er helemaal niets en dat kan gemakkelijk een week duren. Haar buikje zwelt op, als een ethiopiërke. Met medicatie gaat het iets beter, maar het blijft moeilijk en vooral erg wisselvallig.

 

Manou is zowel psychisch als fysisch niet klaar voor het potje, dacht ik. De kinderarts beloofde ons nu al een ziektebrief voor in januari, wanneer ze normaal naar school zou gaan. En daarom drong ik niet meer aan. Af en toe ging ze er spontaan op zitten, als spelletje. Ze maakte zelfs de ‘juiste’ geluiden maar meer kregen we niet en ik bleef geloven dat Manou ook niet echt besefte wat het potje echt betekende. 

 

Deze avond begon als alle andere. Toen ik haar pamper had ververste, rende Manou in haar blote sandwich door de woonkamer. Potje potje, lachte ze toen ik haar vastgreep .Voor mij was het niets meer dan een manier om de tijd te rekken. Na de pamper was het bedtijd, en dat wist ze even goed als ik. Toch liet ik haar het potje ‘proberen’, want wie niet waagt niet wint. 

 

We konden onze ogen niet geloven. Als twee kleine kinderen dansten Bob en ik door de woonkamer: hoera voor Manou, hoera hoera. Het kind wist niet wat haar overkwam en wou meteen ‘nog eens’. Natuurlijk lukte dat niet meer, en ik betwijfel of ze het morgen opnieuw vanzelf zal gaan. Maar de hoop is alvast terug.


Ongelukkig

september 5, 2007

Nina is ziek. Ze heeft een serieuze snotvalling, zoals wij dat noemen. Misschien is het wel meer. Voorlopig probeer ik het met de aërosol onder controle te krijgen. Mijn huisarts schrijft, naar mijn mening, net iets te snel. Je overdrijft, zegt Bob. Er is helemaal niets mis met antibiotica, vind hij. Wij hebben het toch ook gehad? Die dingen worden toch resistent, met of zonder Nina. Hij heeft waarschijnlijk gelijk maar ik ben gebrainwasht door de gezondheidsindustrie. Tijd zal wel uitwijzen wie van ons twee moet capituleren.

Ondertussen moet het kind gewon even afzien. Echt ongerust maken haar slijmen me niet. Wat me wel verontrust is haar algemene toestand. Ik heb het al geschreven en doe het nu toch terug. Nina weent veel, te veel. Niet alleen vind ik dat onaangenaam, het baart me stillaan zorgen. Vroeger lachte ze zo veel en zo gemakkelijk. Nu lijkt het of ze zich van ons distantieert, alsof ze ons iet meer als liefdevolle vertrouwenspersonen ziet.

Het liefst zou ze een hele dag slapen. Zelfs als ze wakker is, blijft ze nog het liefst alleen liggen. Lachen doet ze vooral naar Manou, haar grote held. Het is gewoon een fase, maak ik me wijs. Maar hoe la,g mag die dan duren? En wat als ze zich niet goed meer kan hechten? Kan je zo jong al ongelukkig zijn?


Als de windpokken maar niet komen

augustus 25, 2007

Begin juli doken de windpokken op bij verschillende kinderen in onze vriendenkring. Manou heeft ze al gehad, Nina niet. Even hebben Bob en ik getwijfeld. Ik geloof niet in die windpokkenparties. Tegelijkertijd ben ik blij dat Manou er van af is. Hoe jonger, hoe makkelijker. Bovendien leek het ons erg moeilijk Nina te beschermen. Je kan het kind toch moeilijk een maand binnenhouden? De incubatieperiode is zo lang dat je als ouders ook absoluut niet weet bij wie je ze uit de buurt moet houden. Laat ze dus maar besmet worden, dachten we.

Ondertussen zijn de verschillende kinderen al lang genezen. Ondertussen zagen wij in iedere muggenbeet de windpokken. Maar de grote uitbraak bleef uit. Ondertussen is het toch al bijna zes weken geleden. Zouden ze nog komen? Heeft ze de pokken stiekem toch gehad? Zijn sommige kinderen immuun? Laat ik ze binnen enkele weken toch inenten?


Verhuur

augustus 11, 2007

Nina eetstoornissen zorgt voor ademhalings- en luchtwegenproblemen. Doordat ze slecht slikt loopt (of eerder liep) er een deel van haar melk naar haar longen, wat zorgde voor de ene ontsteking na de andere. Tijdens het eerste consultatie schreef de dokter ons een aërosol toestel voor, dat we konden huren bij de apotheek. Nina’s gezondheidstoestand is ondertussen op en af gegaan.

Telkens als ik het toestel wou terugbrengen, verslikte ze haar en hadden we de aërosol terug nodig. Ik durfde het ding op den duur gewoon niet meer inpakken. En toen ging onze apothekeres drie weken met verlof. Of misschien moet ik gewoon toegeven dat ik een ongelofelijke uisteltrien ben.

Mandag was het eindelijk zo ver. We gebruiken het ding ondertussen al bijna een maand niet meer en het moest dus dringend terug. Meteen na het ontbijt stuurde ik Bob naar de apotheek. Nauwelijks vijf minuten later was hij terug, met het ding nog steeds onder zijn arm. De huurprijs oversteeg de aankoopprijs met maar liefst twintig euro, en dus hebben we het maar gekocht.

Ze zullen nog wel eens ziek worden, dacht ik bij mezelf.


Vooruitgang

juli 27, 2007

ninazee.jpg

Hoe gaat het nu met Nina? Goed. Eindelijk durf ik het luidop te zeggen (en schrijven). Ze groeit en bloeit. Ondertussen weegt Nina bijna zeven kilo. Ze kan alleen zitten en rolt zich een weg door het leven.

Het eten is wel nog steeds een beetje een moeilijk, vooral voor ons. Drinken mag ze nog steeds niet. Melk moet dus nog steeds ingedikt worden, want vooral op verplaatsing niet zo handig is. Gelukkig wonen we in een consumptiemaatschappij, waar voor iedere behoefte wel een commerciële oplossing bestaat: de babymelkdesserts en babyyoghurt vormen een perfect takeaway-alternatief voor melk.

En zo hebben ook wij ons gewone ritme een beetje terug gevonden.


Ongeval

juni 22, 2007

De voorbije drie dagen heb ik heel hard moeten werken, op een congres in Antwerpen. Ik moest daar al vroeg zijn, en dus stond Bob er ’s morgens een beetje alleen voor. Daddy doet dat minstens even goed als ik, en is het niet de eerste keer dan hij dagenlang allen voor de kinderen zorgt. Toch liep het deze keer mis.

Nauwelijks een half uur na mijn vertrek bel hij me al op mijn gsm. Bob belt graag en veel, waardoor ik half grappend de telefoon opnam. ‘Ha papsie, dat is lang geleden. Wat nieuws?’ Aan de andere kant van de lijn hoorde ik Nina heel hard huilen. Of was het Bob? 

‘Er is een ongeval gebeurt. Sorry. Ik wou je gewoon zeggen dat het me zo spijt.’ Bob was volledig over zijn toeren. Van op afstand kon ik niet inschatten wat er aan de hand was, maar mijn hart sloeg over en de tranen sprongen me in de ogen. 

Nina was uit Bobs handen gevallen. Dat klinkt alvast anders dan dat ik zou zeggen dat hij ze heeft laten vallen. Het resultaat was alvast hetzelfde. Ninaatje was met haar neus tegen onze nachtkastje gevallen, en uit haar kap kwam veel bloed. Bob trek met haar naar de spoed, waar ze ons verzekerde dat het ‘niet zo erg was. Nina moest wel genaaid worden, en door een plastische chirurg. Voor kleine kinderen is dat onder volledige narcose. Dat klonk allemaal toch ernstiger dan ik had verwacht. 

Wat een hel. Eigenlijk wou ik zo snel mogelijk naar huis rijden. Maar ik stond vast in de file, als een opgesloten dier in een kooi. Wat zijn mijn klanten bovendien zeggen?Kon ik dat professioneel wel maken? En zou ik zo veel meer kunnen doen als Bob? Ik twijfelde en twijfelde en reed gewoon door. Dat is het verstandigste, maakte ik mezelf wijs. Jammer genoeg wilde mijn gevoel niet meer. Wat voor een moeder ben ik die blijft werken als haar kind in het ziekenhuis ligt?


Zorgkindje

juni 20, 2007

kots.jpg

Geen nieuw is goed nieuws, beweert de volksmond. Bij ons gaat de uitspraak jammer genoeg niet op. Geen nieuws gewoon geen nieuws, meer niet.

Ninas toestand is de voorbije maand nauwelijks veranderd. Het gaat niet slechter maar ook niet beter met haar. Eten blijf een gevecht, letterlijk en figuurlijk. Net voor de voeding valt ze plots in een heel diepe slaap. Zelfs tijdens de maaltijden kan ze zich zogezegd nauwelijks wakker houden. In het begin trapte ik in haar spelletje. Zo een jong kind kan toch geen toneel spelen? Het rare is dat de situatie zich stelselmatig voordoet. Meteen na de voeding lijkt haar onweerstaanbare slaapbui plots gedaan. En zelfs al is goed wakker, dan nog vecht ze hard tegen het eten. Met haar handjes probeert ze de pap tegen te houden, en met haar nek maakt ze wonderbaarlijke bochten. Als we het eten dan toch binnenkrijgen, is de strijd vaak niet gestreden. De kostbuien zijn sterk afgenomen, maar we moeten er dagelijks toch nog een keer aan geloven.

Iedereen reageert anders op deze moeilijke situatie. Bob wordt boos, ik verga van medelijden. De meeste kennissen leven mee, maar van op afstand. Veel opvangkandidaten zijn er voor Nina niet, in tegenstelling tot Manou. Ik verwijt niemand iets. Het is zo een normale en natuurlijke reactie, en toch vind ik het een beetje jammer. Ik besef dat mijn zorgen een beetje voorbarig zijn.

Maar wat doe je als ouder als je merkt dat je ene kind populairder is dan het andere? Dergelijke situaties moeten toch bestaan? Ik denk dat ik spontaan zou compenseren, en het minder geliefde kind zelf meer aandacht en liefde geven. Maar wat als deze vertekening ook deels terecht is. Niet alle kinderen zijn even leuk, even sociaal, even liefelijk. Zou je dat beseffen als ouder? En moet je dan toch compenseren? Of help je het kind meer met een confronterende aanpak?

Nina is nog erg jong, en de situatie kan nog alle kanten uit. Toch voel ik nu al hoe weinig ervaring ik met dergelijke problemen heb, als enig kind.


Schuldgevoellens

juni 11, 2007

Thuis krijg ik de indruk dat Nina het relatief goed doet. Iedere voeding blijft een klein gevecht. Papjes vragen meer tijd dan flesvoedingen. Bovendien moet Nina altijd een beetje gemotiveerd worden. Zonder aandringen eet ze nauwelijks. Maar uiteindelijk krijg ik er meestal toch voldoende voeding in.

Dit weekend zat Bob in Mallorca, en moest ik werken. Nina zou bij oma gaan, de enige die nog voor het kind wilt zorgen. Oma heeft al vier kinderen en acht kleinkinderen grootgebracht. Het is een schat van een vrouw, en ik kan me geen beter oma voorstellen (misschien dan misschien mijn eigen mama ;-)). En toch wil ze er niet eten. Ik begrijp het niet goed. Maar de feiten zijn wat ze zijn. Ik heb mijn best gedaan, en heb haar maar liefst acht keer eten aangeboden. Maar ze wurgt er van, vertelde ze deze ochtend aan de telefoon.

Misschien had ik beter niet gebeld. Wat niet weet, niet deert. Misschien overreageer ik een beetje, door de vermoeidheid. Het slechte nieuws kwam alvast aan als een koude douche. In twee dagen heeft ze waarschijnlijk opnieuw een grote achterstand opgebouwd. En hoe ik het ook probeer te bekijken: het is mijn schuld. Moest ik dit weekend niet gewerkt hebben, had ze waarschijnlijk wel goed gegeten. Nog erger is het feit dat ik me gisteren wel echt goed heb gehad op het werk. Het was niet eens tegen mijn zin.

Hoe moet het nu verder?


Mijn klein konijntje

juni 1, 2007

Konijn Vier scherpe tanden heeft Nina, en dat al maanden. Dat is dan ook het enige gebied waar ze haar leeftijdgenootjes in voorbijsteekt. Zonde. Het kind kan nauwelijks slikken. Wat moet ze in godsnaam met tanden? De vier grote, scherpe (!), witte brokken staan daar maar in de weg, lijkt mij. Kreeg u of u man ook zo spectaculair vroeg tanden, vroeg de geneticus me enkele maanden geleden. Ik kan het me niet meer herinneren, lachte ik. Hij keek me rustig en koel aan. Blijkbaar was het toch niet zo grappig.

Nina lijkt op een miniversie van een oudere baby, beweerde de kinderarts. Die indruk geven haar tanden ons alvast. Zij zag de humor daar wel van in, en stelde me alvast gerust. Het enige nadeel van vroegtijdige tandgroei is gaatjes. Hoe langer die dingen blootgesteld worden aan eten en suiker, hoe sneller ze ook slijten. Dat lijkt me logisch.

Deze week nam ik me voor ze te poetsen, maar verliep moeilijker dan verwacht. Nina begon er meteen van te kokhalzen, iets wat we in haar geval absoluut moeten vermijden. Het leven is nooit zwartwit, zelfs niet als het over tanden gaat.


Terug naar af

mei 31, 2007

Zaterdag heeft Nina voor het eerst sinds ons ziekenhuisverblijf weer overgegeven. Het zal de drukte zijn, en het tempo. Dat dachten we alvast. Maandagavond had ze het weer. Kindjes geven nu eenmaal over. Misschien heeft ze zich ‘gewoon’ verslikt. Onrust is geen aangenaam gevoel, dus sussen ouders elkaar. Zelfbedrog, besef ik nu. Woensdag was het dubbel prijs, en deze keer waren er geen storende randfactoren.

Op een bepaald moment moet je de waarheid onder ogen durven zien. Ik zoek steun bij de gedachte dat we een oplossing hadden. Het was beter. Wat liep er mis? Erg lang heb ik niet moeten nadenken. Na de sliktest ben ik op eigen initiatief gestopt met de refluxmedicatie. Op de slikvideo was daar namelijk niets van te zien, en de maagspecialist had me niet tegengesproken. Een week hadden de pillen nodig voor ze werkten. De uitwerking had blijkbaar ook even op zich laten wachten.

Geduld is mijn sterkste kant niet (deze zin komt geregeld terug in mijn blogteksten heb ik gemerkt). Ik was verblind door haar vooruitgang. Stom kieken.


Kots

mei 28, 2007

De voorbije dagen heeft Nina erg goed gegeten. Terwijl haar gewicht stijgt, neemt onze onrust af. Het einde is in zicht. Dat hopen we alvast. Ze is er door, beweren vrienden en kennissen. Bob en ik zijn blij, en hopen dat ze gelijk hebben. Maar helemaal ontspannen zijn we nog niet. Ieder hoest, iedere kuch, iedere weigering kan een nieuwe terugval betekenen.

Gisteren middag waren we uitgenodigd op het communiefeest van Bobs neefje. Tijdens de receptie begon ik aan Ninas middageten. Binnen tien minuten gaan we aan tafel, hoorde ik mijn schoonzus aankondigen. Nina’s portie was nog maar half leeg. Rationeel was er helemaal geen probleem. De koude schottel kon wachten. Iedereen zou begrip hebben voor mijn vertraging. 

Toch schakelde ik onbewust over op een hoge tempo. En dan gebeurde het. Zonder enige waarschuwing, een hoest of een verslikking, zette Nina haar kraan open. In drie grote teugen spoot het eten terug naar buiten.

Ik sprong achteruit, Bob vooruit. Beide van ons waren hard geschrokken. Hoe kon dit nu gebeuren? Waarom heb je niet dit of dat gedaan, of niet gedaan? De verwijten vlogen in het rond. Het duurde een dik half uur voor we rustiger werden.

Alle kindjes geven wel eens over, zei mijn schoonzus. Daar is niets mis mee. Natuurlijk heeft ze gelijk. Kinderen kotsten, dat bewijst alvast ook deze leuke video. Onze reactie was volledig buiten proportie. Angst en onrust vragen tijd. Onze sensoren staan nog steeds op overgevoelig. Kinderen kotsten, dat bewijst alvast ook deze leuke video.