ZA 9: Adoptie
Toen ik als kind met mijn ouders naar Sri Lanka reisde, zaten op onze vlucht terug verschillende koppels met een adoptiekindje. Ik herinner me nog hoe jaloers ik was, en hoe ik mijn ouders achteraf onder druk heb gezet.
Op het vliegtuig zat nu ook een koppel naast ons, met een prachtig klein Ethiopisch pareltje in hun armen. Ook nu kon ik mijn ogen niet van hen afhouden, al was het niet meer uit jaloezie maar eerder uit be- en ver-wondering. Het leek mij zo een speciaal, intens moment voor die mensen: een kindje gaan halen (of redden). En dan zit je daar op het vliegtuig, zonder enige ervaring, met dat onbekende hulpeloze mensje. De manier dat ze met het baby’tje omgingen was te schattig voor woorden.
Waarschijnlijk is het niet anders dan ‘gewone’ ouders. Iedereen wil het zo goed doen in het begin. Zonder te staren bleef hun verhaal me boeien. Hoe gaat zoiets? Hoe verloopt die eerste kennismaking, die eerste kus? Voelt het meteen goed aan, zoals bij een eigen kind? Of is het wennen? Sturen zij ook geboorte- of eerder adoptiekaartjes? Hoe zal het kind opgroeien? Zal het blij zijn met deze gang van zaken, of zal het zijn thuisland missen?
Het jongetje was een jaar oud en een stuk kleiner dan Nina. Ondervoed, zei de mama. Voor het eerst in mijn leven leek Nina ronder en voller dan een ander kindje van haar leeftijd, maar echt een groot verschil was er niet. En plots leek het mij zo logisch en zo natuurlijk dat ook ik zo een kindje meteen graag zou kunnen zien.